vorige pagina
Volgende pagina
Deel deze pagina:
••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Bart Heeling is gedragsspecialist met twintig jaar onderwijservaring. Hij heeft twee boeken geschreven over zijn ervaringen in het cluster 4 onderwijs en geeft lezingen, workshops en trainingen over Traumasensitief Onderwijs.
‘In de basis komt ons werk erop neer dat je samenkomt in een gebouw om te zorgen voor de ontwikkeling van kinderen. Met elkaar moeten we ons afvragen: Waar zijn we eigenlijk mee bezig? We moeten zorgen dat kinderen zich veilig voelen, dat is de absolute basis. Als het veilig genoeg is, dan zorg je dat ze het leuk hebben, dat ze met plezier komen, gemotiveerd zijn. Pas dan zijn ze klaar om tot ontwikkeling te komen. Dat noem ik de 3 V’s: Veiligheid, Vertier en Voortgang. Als we daarvoor zorgen komt het helemaal goed met het onderwijs.’
Tip 5 – De 3V’s van Bart Heeling
‘Als je gedrag tegenkomt dat je onwenselijk vindt, probeer er dan rustig op te reageren. Focus altijd op de-escaleren en word vooral niet boos. Boosheid is jouw eigen emotie, het heeft niks met het kind te maken. Je mag duidelijk zijn, consequent, maar niet boos. En als professional moet je je realiseren dat jij degene ben die een keuze heeft. Vind je je werk niet meer leuk, dan kun je altijd op zoek naar iets anders. De kinderen hebben die keuze niet, die moeten er zijn. En soms is de situatie zo, dat kinderen zich niet goed kunnen uiten en ze met hun gedrag laten zien dat ze zich niet prettig voelen. Als je dat eenmaal beseft tot in je vezels, dan word je niet meer zo snel boos op kinderen.’
Kijken: TED-talks Do schools kill creativity (Ken Robinson)
en Every kid needs a champion (Rita Pierson)
Luisteren: de podcast met Otto Zwolsman
Lezen: het boek Meesterschap van Marald Mens
Lees-, luister- en kijktips van Bart Heeling:
Meer leren over stress-sensitief werken?
De online cursus Stress-sensitief communiceren leert je aan de hand van casussen hoe je dat doet.
Tip 4 – word niet boos op kinderen, nooit
‘Het is ook altijd dezelfde die ik moet waarschuwen of Doe je dat thuis ook? Als je jezelf dat hoort zeggen is het niet de professional die spreekt. We zoeken verklaringen voor gedrag en daarbij kijken we niet altijd meteen naar onszelf. In je brein maak je jezelf oké, waardoor je snel de verantwoordelijkheid bij een ander legt. Het komt door het kind, niet door mij, ik doe het goed. Als je die overtuiging kunt aanpakken, dan ben je professioneel bezig.
Ooit kreeg ik deze tip: als je klas onrustig is, zet dan eens een denkbeeldige camera achterin je klas en bekijk jezelf door die camera. Toen ik dat deed veranderde mijn hele houding en daarmee de energie in de groep. Dat was een eye-opener: het ligt wel aan jou.’
Tip 3 – zet een denkbeeldige camera in je klas
‘Als je kinderen die moeilijk gedrag vertonen goed wilt helpen, moet je goed naar ze kijken. Meteen in de ochtend zijn er al drie observatiemomenten die je zou kunnen toepassen: kijk hoe het kind aankomt, hoe het de ruimte binnenkomt en hoe het op zijn of haar plek gaat zitten. En stel dat je iets gezien hebt bij een kind, denkt dat het zich niet goed voelt, ga dan niet meteen in gesprek met het kind. Het feit dat je dit hebt opgemerkt hebt zorgt ervoor dat je het kind met een andere energie gaat benaderen. Dan voelt het kind zich gezien en gehoord, dan ben je een veilige steunfiguur voor het kind.’
Tip 2 – observeren
‘Laten we ons niet meer afvragen wat er mis is met een kind, maar wat een kind heeft meegemaakt. Dat zijn de woorden van Leony Coppens, die de training Traumasensitief Onderwijs ontwikkeld heeft. Bij elk ongewenst gedrag dat wij tegenkomen bij kinderen kun je er vrijwel een op een van uitgaan dat daar iets van stress of zelfs trauma onder zit. Als je dat eenmaal beseft, dan ga je automatisch niet meer denken Wat is er mis met je? En dan stap je ook af van de gedachte Dit kind zal wel autisme hebben of ADHD. Dan ga je veel meer denken en handelen vanuit compassie. Dat betekent dat je oog hebt voor wat het kind heeft meegemaakt, dat je daar rekening mee houdt en van daaruit anders gaat reageren. Dan ga je niet alles goedvinden, maar je doet wel een stapje opzij als het gaat om jouw eigen emoties.’
Tip 1 – kijk achter het gedrag
5
4
3
2
1
‘Als professional moet je je realiseren dat jij degene bent die een keuze heeft. Vind je je werk niet meer leuk, dan kun je altijd op zoek naar iets anders. De kinderen hebben die keuze niet, die moeten er zijn’
Bart
Bart Heeling is gedragsspecialist en heeft meer dan twintig jaar onderwijservaring. Hij vertelt wat je kan doen als een kind ‘lastig’ is op de groep.
de 5 gouden tips van bart heeling over omgaan met moeilijk gedrag
vorige pagina
Deel deze pagina:
Volgende pagina
Kijken: TED-talks Do schools kill creativity (Ken Robinson)
en Every kid needs a champion (Rita Pierson)
Luisteren: de podcast met Otto Zwolsman
Lezen: het boek Meesterschap van Marald Mens
Lees-, luister- en kijktips van Bart Heeling:
Meer leren over stress-sensitief werken?
De online cursus Stress-sensitief communiceren leert je aan de hand van casussen hoe je dat doet.
•••••••••••••••••••••••••••••••
‘In de basis komt ons werk erop neer dat je samenkomt in een gebouw om te zorgen voor de ontwikkeling van kinderen. Met elkaar moeten we ons afvragen: Waar zijn we eigenlijk mee bezig? We moeten zorgen dat kinderen zich veilig voelen, dat is de absolute basis. Als het veilig genoeg is, dan zorg je dat ze het leuk hebben, dat ze met plezier komen, gemotiveerd zijn. Pas dan zijn ze klaar om tot ontwikkeling te komen. Dat noem ik de 3 V’s: Veiligheid, Vertier en Voortgang. Als we daarvoor zorgen komt het helemaal goed met het onderwijs.’
Tip 5 – De 3V’s van Bart Heeling
5
‘Als je gedrag tegenkomt dat je onwenselijk vindt, probeer er dan rustig op te reageren. Focus altijd op de-escaleren en word vooral niet boos. Boosheid is jouw eigen emotie, het heeft niks met het kind te maken. Je mag duidelijk zijn, consequent, maar niet boos. En als professional moet je je realiseren dat jij degene ben die een keuze heeft. Vind je je werk niet meer leuk, dan kun je altijd op zoek naar iets anders. De kinderen hebben die keuze niet, die moeten er zijn. En soms is de situatie zo, dat kinderen zich niet goed kunnen uiten en ze met hun gedrag laten zien dat ze zich niet prettig voelen. Als je dat eenmaal beseft tot in je vezels, dan word je niet meer zo snel boos op kinderen.’
Tip 4 – word niet boos op kinderen, nooit
4
‘Het is ook altijd dezelfde die ik moet waarschuwen of Doe je dat thuis ook? Als je jezelf dat hoort zeggen is het niet de professional die spreekt. We zoeken verklaringen voor gedrag en daarbij kijken we niet altijd meteen naar onszelf. In je brein maak je jezelf oké, waardoor je snel de verantwoordelijkheid bij een ander legt. Het komt door het kind, niet door mij, ik doe het goed. Als je die overtuiging kunt aanpakken, dan ben je professioneel bezig.
Ooit kreeg ik deze tip: als je klas onrustig is, zet dan eens een denkbeeldige camera achterin je klas en bekijk jezelf door die camera. Toen ik dat deed veranderde mijn hele houding en daarmee de energie in de groep. Dat was een eye-opener: het ligt wel aan jou.’
Tip 3 – zet een denkbeeldige camera in je klas
3
‘Als je kinderen die moeilijk gedrag vertonen goed wilt helpen, moet je goed naar ze kijken. Meteen in de ochtend zijn er al drie observatiemomenten die je zou kunnen toepassen: kijk hoe het kind aankomt, hoe het de ruimte binnenkomt en hoe het op zijn of haar plek gaat zitten. En stel dat je iets gezien hebt bij een kind, denkt dat het zich niet goed voelt, ga dan niet meteen in gesprek met het kind. Het feit dat je dit hebt opgemerkt hebt zorgt ervoor dat je het kind met een andere energie gaat benaderen. Dan voelt het kind zich gezien en gehoord, dan ben je een veilige steunfiguur voor het kind.’
2
Tip 2 – observeren
‘Laten we ons niet meer afvragen wat er mis is met een kind, maar wat een kind heeft meegemaakt. Dat zijn de woorden van Leony Coppens, die de training Traumasensitief Onderwijs ontwikkeld heeft. Bij elk ongewenst gedrag dat wij tegenkomen bij kinderen kun je er vrijwel een op een van uitgaan dat daar iets van stress of zelfs trauma onder zit. Als je dat eenmaal beseft, dan ga je automatisch niet meer denken Wat is er mis met je? En dan stap je ook af van de gedachte Dit kind zal wel autisme hebben of ADHD. Dan ga je veel meer denken en handelen vanuit compassie. Dat betekent dat je oog hebt voor wat het kind heeft meegemaakt, dat je daar rekening mee houdt en van daaruit anders gaat reageren. Dan ga je niet alles goedvinden, maar je doet wel een stapje opzij als het gaat om jouw eigen emoties.’
1
Tip 1 – kijk achter het gedrag
‘Als professional moet je je realiseren dat jij degene bent die een keuze heeft. Vind je je werk niet meer leuk, dan kun je altijd op zoek naar iets anders. De kinderen hebben die keuze niet, die moeten er zijn’
Bart
Bart Heeling is gedragsspecialist en heeft meer dan twintig jaar onderwijservaring. Hij vertelt wat je kan doen als een kind ‘lastig’ is op de groep.
de 5 gouden tips van bart heeling over omgaan met moeilijk gedrag
Bart Heeling is gedragsspecialist met twintig jaar onderwijservaring. Hij heeft twee boeken geschreven over zijn ervaringen in het cluster 4 onderwijs en geeft lezingen, workshops en trainingen over Traumasensitief Onderwijs.