Download de print versie (pdf)
Op een dag viel de eekhoorn uit zijn boom.
Niet hard. Niet zacht. Precies er tussenin. Hij rolde drie keer om, stond op, klopte wat blaadjes van zijn vacht en ging toen rustig zitten.
‘Wat doe je?’ vroeg de eend, die net langs kwam waggelen.
‘Ik wacht even tot ik weer recht sta vanbinnen,’ zei de eekhoorn.
‘Ben je gevallen?’
‘Ja.’
‘En nu?’
‘Nu ga ik verder.’
De vleermuis kwam aanvliegen en ging ondersteboven aan een tak boven hangen. ‘Ik hoorde dat iemand viel,’ zei hij. ‘Was het een ongeluk?’
‘Ja,’ zei de eekhoorn, ‘maar niet alles wat je overkomt is een ramp.’
‘Je staat wel weer snel op’, zei de eend bewonderend.
‘Ik heb oefeningen gehad,’ zei de eekhoorn.
‘Van wie?’ vroegen de eend en de vleermuis tegelijk.
‘Van iemand die mij zag, toen ik me het liefst verstopte. Die zei dat ik niet kapot was, alleen een beetje krom. Dat ik mocht huilen. En lachen. En opnieuw beginnen.’
De vleermuis dacht even na. ‘Dat klinkt als iemand die blijft, ook als het lastig wordt.’
‘Dat klopt,’ zei de eekhoorn.
De eend keek omhoog. ‘Wat ga je nu doen?’
‘Ik ga een hut bouwen,’ zei de eekhoorn. ‘Een plek waar je kunt schuilen als het stormt. Waar je even stil mag zijn. Of boos. Of bang. Of gewoon moe.’
‘Mag ik helpen?’ vroeg de eend.
‘Ik ook?’ zei de vleermuis.
‘Ja,’ zei de eekhoorn. ‘Want ik heb jullie nodig, niet alleen voor de hut, maar om zelf ook sterker te worden van binnen. Om in je hoofd sterker te worden heb je anderen nodig. Die blijven. Die luisteren. Die echt zien.’
En zo begonnen ze samen. Met takjes, bladeren, oude gedachten en nieuwe moed.
Ze bouwden langzaam. Soms scheef. Soms weer opnieuw.
Maar altijd samen.
Met een deur die open kon.
En genoeg ruimte om op adem te komen.
Een voorleesverhaal van de eekhoorn, de eend en de vleermuis
vorige pagina
Volgende pagina
Deel deze pagina:
Je hoeft het niet alleen te doen…
Download de print versie (pdf)
Op een dag viel de eekhoorn uit zijn boom.
Niet hard. Niet zacht. Precies er tussenin. Hij rolde drie keer om, stond op, klopte wat blaadjes van zijn vacht en ging toen rustig zitten.
‘Wat doe je?’ vroeg de eend, die net langs kwam waggelen.
‘Ik wacht even tot ik weer recht sta vanbinnen,’ zei de eekhoorn.
‘Ben je gevallen?’
‘Ja.’
‘En nu?’
‘Nu ga ik verder.’
De vleermuis kwam aanvliegen en ging ondersteboven aan een tak boven hangen. ‘Ik hoorde dat iemand viel,’ zei hij. ‘Was het een ongeluk?’
‘Ja,’ zei de eekhoorn, ‘maar niet alles wat je overkomt is een ramp.’
‘Je staat wel weer snel op’, zei de eend bewonderend.
‘Ik heb oefeningen gehad,’ zei de eekhoorn.
‘Van wie?’ vroegen de eend en de vleermuis tegelijk.
‘Van iemand die mij zag, toen ik me het liefst verstopte. Die zei dat ik niet kapot was, alleen een beetje krom. Dat ik mocht huilen. En lachen. En opnieuw beginnen.’
De vleermuis dacht even na. ‘Dat klinkt als iemand die blijft, ook als het lastig wordt.’
‘Dat klopt,’ zei de eekhoorn.
De eend keek omhoog. ‘Wat ga je nu doen?’
‘Ik ga een hut bouwen,’ zei de eekhoorn. ‘Een plek waar je kunt schuilen als het stormt. Waar je even stil mag zijn. Of boos. Of bang. Of gewoon moe.’
‘Mag ik helpen?’ vroeg de eend.
‘Ik ook?’ zei de vleermuis.
‘Ja,’ zei de eekhoorn. ‘Want ik heb jullie nodig, niet alleen voor de hut, maar om zelf ook sterker te worden van binnen. Om in je hoofd sterker te worden heb je anderen nodig. Die blijven. Die luisteren. Die echt zien.’
En zo begonnen ze samen. Met takjes, bladeren, oude gedachten en nieuwe moed.
Ze bouwden langzaam. Soms scheef. Soms weer opnieuw.
Maar altijd samen.
Met een deur die open kon.
En genoeg ruimte om op adem te komen.
Een voorleesverhaal van de eekhoorn, de eend en de vleermuis
Je hoeft het niet alleen te doen…
vorige pagina
Deel deze pagina:
Volgende pagina